Het onderwerp privacy is bij uitstek van toepassing op personenschade. Ons werk houdt nu eenmaal het verwerken van vaak zeer gevoelige informatie in. We zoeken daarbij een werkwijze die recht doet aan het belang van het individu “to be left alone”. Informatie die we opvragen en verwerken moet van belang zijn, niet voor het bevredigen van nieuwsgierigheid. De informatie moet noodzakelijk zijn om duidelijk te maken wat de gevolgen zijn van het voorval waardoor schade wordt geleden.

Daar komt bij dat de manier van het delen van de informatie zo min mogelijk risico op het “op straat komen te liggen” van informatie moet inhouden. Daarbij lopen we tegen lastige technische vragen aan. De manier van werken is in de afgelopen 5-10 jaar drastisch veranderd. Werd tot voor enkele jaren nog een groot deel van de communicatie via de fysieke post gedaan, inmiddels is onze werkwijze nagenoeg geheel digitaal. Ook medische gegevens worden digitaal aan de daarvoor bedoelde medische secretariaten van verzekeraars gestuurd.

Maar, de AVG/GDPR brengt mee dat er nieuwe aandacht nodig is voor de veiligheid. Dat leidt helaas nog tot samenwerkingsproblemen omdat systemen die voor veilig versturen gebruikt worden niet altijd aansluiten bij het beveiligingsbeleid van ontvangende partijen, met name grote verzekeraars.

Voor dit onderwerp is op initiatief van Arjan als bestuurslid van de ASP aandacht gevraagd bij verzekeraars. Het moet mogelijk zijn om breed gedragen product af te spreken waarmee de informatie geheel beveiligd (encrypted) tussen de partijen wordt verstuurd en ontvangen nadat er een verificatie heeft plaatsgevonden dat de ontvanger degene is die door de verzender bedoeld is. Daarvoor zijn digitale sleutelsystemen op de markt, het probleem is dat zo af te stemmen dat slot en sleutel overeenstemmen / vertrouwd worden. Zolang zo’n product nog niet over en weer beschikbaar is wordt met wachtwoordbeveiliging gezorgd dat vertrouwelijke informatie niet door anderen gelezen kan worden. Dat zorgt wel voor meer handelingen, omdat er steeds een wachtwoord ingegeven moet worden (bij het klaarmaken voor verzenden en bij het ontvangen/downloaden). Ook de cliënt merkt dat voorlopig.

Een andere kant van diezelfde medaille wordt in onze ogen te weinig belicht en is des te zorgelijker. Dat betreft de werkwijze van verzekeraars die meer en meer met een fraudebril dossiers beoordelen. De onuitgesproken veronderstelling lijkt vaker dan ons lief is dat de claimant niet te vertrouwen is tenzij het tegendeel wordt bewezen. Het leidt ertoe dat het leven van onze cliënten onder de loep genomen wordt. Dat er in gesprekken waar de advocaat bij is vragen worden gesteld om een goed beeld van iemands leven te krijgen, begrijpen wij. Dat is een eerlijke werkwijze met open vizier. Het geeft de betrokkene de gelegenheid uitleg te geven. Ook als er schriftelijk vragen worden gesteld over aspecten van iemands leven die niet goed begrepen worden. Wij zijn er voor om duidelijkheid te verschaffen, want het kan om grote financiële belangen gaan. Openheid en duidelijkheid zijn daarom erg belangrijk voor een goede schaderegeling.

Wij protesteren echter tegen het “stiekeme” zoeken op internet naar de leefwereld van betrokkenen. Of, nog verdergaand, het inschakelen van onderzoekers die benadeelden observeren. Ongeacht of een benadeelde er voor heeft gekozen om informatie op internet met anderen te delen en daardoor wellicht een deel van zijn privacy heeft opgegeven, dat geeft een verzekeraar geen recht om er actief naar op zoek te gaan en daar consequenties aan te verbinden. Als wij er lucht van krijgen dat een verzekeraar actief zoekt naar uw voorgeschiedenis of probeert buiten de gesprekken en correspondentie om uit te zoeken wat de benadeelde nog voor activiteiten ontplooit met het letsel (bijvoorbeeld op internet), dan protesteren wij daar krachtig tegen en gaan er desnoods mee naar de rechter. Dat is een erezaak!