Bij het regelen van letselschade komt altijd de vraag aan de orde hoe iemands leven er uit gezien zou hebben zonder het voorval. Dat is een inschatting, niemand zal met zekerheid kunnen zeggen wat er zonder het voorval gebeurd zou zijn. Die informatie over iemands leven tot het ongeval behoort dus bij de informatie die verzameld moet worden. Vooral bij eerste gesprekken is het van belang daar goed bij stil te staan en niet te algemeen te vragen hoe iemands gezondheid tot het ongeval was, om latere misverstanden te voorkomen.

Want, helaas maken wij te vaak mee dat een oprechte mededeling op een erg algemene vraag later een rol speelt in wantrouwen. Iemand die bijvoorbeeld een beenbreuk heeft opgelopen, staat er niet bij stil dat het antwoord dat de gezondheid voor het ongeval goed was te algemeen is. Als dan later blijkt dat er wel wat problemen waren geweest die op de toekomstige verwachtingen een invloed kan hebben (slijtage van gewrichten die wel tot klachten had gevoerd, maar bijvoorbeeld nog niet tot behandelingen of uitval voor werk), kan dat tot problemen van verlies van vertrouwen leiden, met problematisch verloop van de schaderegeling tot gevolg.

Het is onze overtuiging dat daaraan iets te doen is. Zo moet er nagedacht worden over een mededeling bij gesprekken wat het belang is van volledige informatie over de medische voorgeschiedenis als daar vragen over worden gesteld. Bovendien is het wenselijk dat de vragen die daarover zijn gesteld tevoren worden verstrekt of tenminste volledig in schaderapporten worden opgenomen. Alleen zo is controleerbaar of er goed is gevraagd. Iedereen kent van tv en film de gewoonte dat een verdachte van een strafbaar feit gewaarschuwd wordt dat hij niet verplicht is aan zijn eigen veroordeling mee te werken en daarom geen antwoord hoeft te geven. Dat heet de cautie. Iets vergelijkbaars zou ook in letselschadezaken van belang zijn te vermelden: een schaderegelingscautie die het belang van volledige en juiste informatie benadrukt.

Als niet op behoorlijke manier uitleg gegeven wordt wat het belang is van wetenschap over iemands verleden, leidt dat later vaak tot strijd. Die kan dan nodeloos hoog oplopen. Vaak komt het na enige tijd -meestal het 2e jaar na een voorval, als de gevolgen niet snel volledig hersteld zijn- voor dat gevraagd wordt naar medische gegevens die betrekking hebben op de voorgeschiedenis. Het belang om daar meer over te weten te krijgen is begrijpelijk, maar mag niet worden overschat.
Net als met beleggingen is het verleden namelijk niet zo’n goede voorspeller van de toekomst.

Medisch adviseurs van verzekeraars hebben de neiging juist veel belang te hechten aan Huisartsenjournaals en vragen die in een te automatische reflex op, als ze de duur van het herstel niet kunnen begrijpen en zeker als het een letsel betreft waarvan de precieze veroorzaking medisch wetenschappelijk niet vast staat en hulpmiddelen als foto’s en laboratoriumonderzoek ook geen uitsluitsel geeft. We maken daarbij eigenlijk standaard mee dat de eigen richtlijnen van DLR (paragraaf 3.3.2 van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL)) wordt overgeslagen/ genegeerd. De stap van gerichte vragen aan de arts wordt overgeslagen. En vaak wordt in het verzoek ook een langere periode opgenomen dan de 2 jaar voor ongeval die GBL beschrijft.

Aan dergelijke verzoeken willen wij niet meewerken en we roepen andere belangenbehartigers nadrukkelijk op dat ook niet te doen. In plaats daarvan moet het een goede gewoonte worden altijd te beginnen met een goed gemotiveerd verzoek waarom die informatie van belang is, gevolgd door goede, gerichte vragen. Daarbij moet zeker de relevante vraag gesteld worden of er voor het voorval relevante uitval voor arbeid of andere belangrijke dagelijkse taken als huishoudelijke taken is geweest van een relevante duur. Het is dus in onze ogen nuttiger om informatie over arbeidsverzuim op te vragen, omdat dat veel meer zegt over de voor de schade relevante aspecten van iemands leven.

Het is al vervelend genoeg dat een slachtoffer letsel heeft opgelopen en allerlei vragen over het leven tot het ongeval (en erna) moet beantwoorden. Dat hoeft niet erger gemaakt te worden dan nodig is. Respect voor uw persoonlijke levenssfeer hebben wij hoog in het vaandel.